Over Geweld en Geweldloosheid

‘Alleen door te dienen, en het leven

van God lief te hebben, overwint de

mens zijn Universum’

Jozef Rulof

‘Ik heb gezien dat het leven temidden van de

vernietiging blijft bestaan en dat er dus een

hogere wet moet zijn dan die van vernietiging’

Mahatma Gandhi

Geweld is van alle tijden en het realiseren van geweldloosheid is niet realistisch, zo denken velen in de samenleving. Dit duidt op een defaitistische houding van bij de pakken neerzitten. Alsof geweld een natuurwet is waaraan geen halt zou kunnen worden toegeroepen. En over het fenomeen geweldloosheid wordt vaak heel geringschattend gedaan, het zou meer een utopie zijn. Terwijl toch overduidelijke historische bewijzen voorhanden zijn, ook van recente datum – denk aan de geweldloze machtswisseling in Georgië – dat goede resultaten te bereiken zijn.

In dit artikel wordt nader ingegaan op de ethische beginselen die door de vele geestelijke stromingen in de loop der tijden zijn geformuleerd om het geweld van de mens te kunnen beteugelen en acties om conflicten op een geweldloze wijze op te lossen. Hierbij wordt geput uit materiaal van het boek Een perspectief zonder weerga.

Visies op geweld

Het is boeiend om na te gaan wat er zoal in verschillende godsdiensten en andere geestelijke stromingen over het vraagstuk van het geweld te berde is gebracht. Er zijn vele overeenkomsten te ontdekken, maar er zijn ook wezenlijke verschillen. En nu gaat het niet zozeer om deze laatste te benadrukken, maar wel om datgene wat ons bindt aan elkander. Dan wordt het een: Ontmoeting in essentie tussen de onderscheiden stromingen.

Hieronder wordt een aantal facetten belicht.

Oorlog

Het is klip en klaar dat het verschijnsel oorlog allerwege verafschuwd wordt. Echter het blootleggen van de achterliggende oorzaken heeft niet iedere geestelijke stroming zich eigen gemaakt. Zo is de Indiase filosoof Jiddu Krishnamurti (1895-1986) van mening dat oorlog een geaccepteerd onderdeel van het leven vormt, en daarom doen we er niets aan. Vanuit het Soefisme, door de Indiase mysticus Inayat Khan (1882-1927) begin 20e eeuw naar het westen gebracht, wordt op de noodzaak gewezen de vijand welwillend en vergevingsgezind tegemoet te treden en hem daardoor in een vriend te doen veranderen.

‘Vechten met een ander geeft oorlog, worstelen met jezelf brengt vrede’

Inayat Khan.

Vanzelfsprekend komt ook de wet van de wedervergelding: ‘oog om oog, tand om tand’ aan de orde. Mahatma Gandhi ziet dit als de wet van de vermenigvuldiging van het kwaad.

‘An eye for an eye only ends up making the whole world blind’

Gandhi.

Vanuit de Islam geredeneerd is deze wet wel rechtvaardig en is het afzien van vergelding zelfs ‘zonden verzoenend’. Waar in de westerse wereld verwarring ontstaat door het luid verkondigde djihaad (= heilige oorlog), althans door de fundamentalisten, wordt er echter wel onderscheid gemaakt tussen een kleine en een grote djihaad. De kleine heeft betrekking op die van de oorlog met fysieke middelen en de grote is ‘de strijd met jezelf’. De Islam is in oorsprong niet oorlogzuchtig.

Binnen het Christendom wordt op twee gedachten gehinkt: enerzijds het liefdegebod en anderzijds de ‘leer van de rechtvaardige oorlog’. De oorlog in Irak is door de Christelijke kerken als onacceptabel beschouwd omdat niet aan de gestelde criteria werd voldaan.

De overheid is volgens de bijbel (Rom. 13:1-7) een door God ingesteld instituut en daarom gerechtigd een oorlog te voeren. Binnen het Hindoeïsme bestaat het kastenstelsel. Een van de vier kasten is die van de ‘krijgslieden’, deze kaste mag oorlogvoeren, de anderen niet.

De leer van Jozef Rulof is de enige filosofie die iets verklaart over de betekenis van oorlogen. Zo hadden de twee wereldoorlogen als ‘doel’ los te komen van het kwaad en een hoger bewustzijn bij de mensheid te creëren. De opgestelde Protocollen van Versailles bij de vrede in 1918, werden bewust door de meesters van Gene Zijde zo vernederend opgesteld, dat niet anders dan de tweede wereldoorlog daarom uitgelokt kon worden. Naar het oordeel van de meesters was het bewustzijn van de mensheid na de eerste wereldoorlog onvoldoende vooruitgegaan. Voor de gewoon denkende mens gaat zo’n conclusie het bevattingsvermogen ver te boven.

Maar de leer van Jozef Rulof gaat consequent verder. Omdat Nederland toentertijd (en nog) beschikte over een leger, had zij mede schuld aan de oorlog, ondanks het feit dat het karakter van het Nederlandse volk hoog scoorde bij gene zijde. Het doden in een oorlog wordt als een dierlijk proces gezien: een geestelijke ondergang. Hij concludeert dat niet alleen de man daarbij schuld treft, maar ook de vrouw als die haar man in de oorlog ondersteunt!

Moord en doodslag

‘Wat we maken van wat we hebben, niet wat we krijgen, dat is wat ons van elkaar onderscheidt’

Nelson Mandela

Bijna vanzelfsprekend wordt in geestelijke stromingen moord afgekeurd, maar niet dat iemand daarvoor als straf de doodstraf moet ondergaan. Door het verkrijgen van inzicht in de opgelegde straf wordt de ziel gereinigd, zegt de Boeddha. Zowel binnen het Christendom als door Jozef Rulof wordt gezegd dat euthanasie en abortus als moord moeten worden aangemerkt. In de encycliek Evangelium Vitae (1995) wordt over abortus opgemerkt: ‘Abortus provocatus is het opzettelijk doden, hoe hij dan ook wordt uitgevoerd, van een menselijk wezen in de beginfase van zijn of haar bestaan tussen conceptie en geboorte. Maar vanaf het moment dat de eicel bevrucht wordt, bevindt zich een leven in staat van begin, een leven dat niet van de vader is, noch van de moeder, maar van een nieuw menselijk wezen, dat zich ontwikkelt op en voor zichzelf. Dit zal nooit menselijk worden, als het dat niet is vanaf dat moment’. Ondanks hetgeen als kerkleer is geformuleerd, blijkt uit een onderzoek onder kerkleden van Rooms-katholieken, Nederlands hervormden en Gereformeerden God in Nederland (1996) dat deze inbreuken op het leven – immers een geschenk van God – grotendeels zijn geaccepteerd (minder dan 20 % wijst dit af). Vanuit de Boeddhistische invalshoek wordt gezegd dat op het moment van de conceptie het bewustzijn binnentreedt.

De redenering in de leer van Jozef Rulof loopt vrijwel parallel met deze gedachtegangen. Hij zegt dat demonen, vanuit gene zijde, het kwaad op aarde bestendigen door gevoelige mensen te beïnvloeden. Volgens de wet van de reïncarnatie zal iemand die een moord heeft gepleegd aan degene van wie het leven is weggenomen, een nieuw lichaam moeten schenken. Dit kan natuurlijk alleen geschieden vanuit het vrouwelijk organisme. De ziel als mens beleeft in de evolutie beide lichamen. Er zijn meerdere levens voor nodig om weer in harmonie met de Goddelijke wet te komen. Jozef Rulof beschrijft in een van zijn boeken het stoffelijke verrottingsproces van iemands lichaam, nadat hij zelfmoord heeft gepleegd. Deze geest probeerde zich hiervan los te maken, maar moest constateren dat de ellende bleef voortduren totdat er geen vezel meer aan zijn botten vastzat en pas toen kwam de aura – fluïdekoord – los van zijn lichaam. Het was een enorme marteling voor hem.

Een ander fenomeen betreft de crematie. Wat in de Hindoeïstische en Boeddhistische cultuur een lange traditie kent, is in het westen en het Christendom pas sinds de jaren zestig van de vorige eeuw in zwang geraakt. Jozef Rulof betitelt een crematorium als: geen huis des vredes, maar van smarten. Als inhoudelijk argument wordt daarvoor aangevoerd, dat door de crematie de grofstoffelijke levensaura wordt vernietigd. Deze aura heeft namelijk als functie de opbouw van het bewustzijn aan gene zijde. Door deze drastische ingreep kan dit nu niet goed meer plaatsvinden. Het geeft veel te denken, vanuit een spirituele invalshoek bezien, wat de heilzaamheid van het cremeren nu feitelijk voorstelt. Voorstanders van lijkverbranding wijzen veelal op het hygiënische karakter van dit proces, maar dit betreft slechts de lichamelijke kant. De veroorzaakte schade aan de ziel valt buiten hun gezichtsveld.

In de bijbel wordt als een van de Tien Geboden genoemd: ‘Gij zult niet doodslaan’. Merkwaardig genoeg geldt dit gebod alleen ten aanzien van mensen en niet voor dieren. Dit zou in strijd zijn met Gen. 9: 3 waar geschreven staat: ‘al wat zich roert, dat levend is, zij u tot spijze’. Het is daarom heel begrijpelijk dat het welzijn van dieren nog steeds niet adequaat wordt behartigd in onze samenleving! De bio-industrie is hiervan een ‘levend’ bewijs.

In de Heidelbergse Catechismus (17e eeuw) wordt niet alleen gesproken over het niet mogen doden van onze naaste in fysieke zin, maar God eist ook dat wij onze naaste niet doden met onze gedachten, woorden of enig gebaar. Zelfs alle nijd, boze toorn en wraakgierigheid moeten afgelegd worden, anders zal het door God als voor een doodslag gehouden worden.

‘Wie is een groot mens? Hij die het sterkst is in het oefenen van geduld’

Boeddha

Als echte vijanden worden in het Boeddhisme beschouwd, de ‘mentale vergiften’: onwetendheid, haat, verlangen, jaloezie, hoogmoed en woede. Het is zaak zich daarvan te leren onthechten. Voor het Hindoeïsme ligt de oplossing van conflicten in de onthechting van relaties. Volgens Krishnamurti is de wil de essentie van geweld.

‘Zolang het ‘ik’ in welke vorm dan ook, uiterst subtiel of grof, blijft voortbestaan, zal er geweld zijn’

Krishnamurti

De boosheid ziet hij als de meest voorkomende vorm. Op grond van zijn aard, erfelijkheid en evolutie is de mens gewelddadig. Alleen via een geest die vrij is van angst kan geweld worden voorkomen. Hij ziet elke vorm van conformisme en verwringing als een vorm van geweld.

Erich Fromm (1900-1980) heeft uitgebreid de vormen van geweld beschreven en daar een psychologische verklaring voor aangegeven. Hij onderscheidt o.a. reactief geweld, uit frustratie, wraak en agressie. Het gewelddadig gedrag wat voortkomt uit machtsuitoefening (sadisme), hechting aan de eigen persoonlijkheid (narcisme) dan wel gevoelens van minderwaardigheid en nietigheid (masochisme) wordt door hem concreet uitgewerkt.

Conclusie

Het is verbazingwekkend te moeten vaststellen dat in geen van de geestelijke stromingen geweld wordt uitgesloten, met uitzondering van de leer van Jozef Rulof. Het geweld is, weliswaar gereguleerd, zelfs in Nederland in wetten vastgelegd, zoals voor abortus en euthanasie. Enkele richtingen hanteren de wet van de kwetsing, het Christendom predikt de leer van de rechtvaardige oorlog. De tegenstelling met het gebod de vijand lief te hebben is daardoor enorm. Het is bepaald geen consistente geweldloze benadering.

Geweldloosheid

De leer over geweldloosheid kent een lange traditie, maar in de 19e en 20e eeuw hebben een aantal denkers als Henri David Thoreau, Leo Tolstoy, Bart de Ligt, Mahatma Gandhi, Martin Luther King en Gene Sharp zowel de theoretische uitgangspunten geformuleerd van geweldloosheid als ook de praktische toepassing ervan beoefend. Er worden drie basis-principes onderkend: waarheidskracht (satyagraha), niet-kwetsen of schaden (ahimsa) en de bevordering van ieders welzijn (sarvodaya).

Er zijn in de geschiedenis veel voorbeelden van succesvolle geweldloze sociale omwentelingen.

Als bakermat van geweldloosheid kan het Hindoeïsme worden beschouwd. In de Bhagavad-gitâ – het lied van de verheven God – wordt onder ahimsa verstaan dat ‘geen enkel levend wezen belemmerd mag worden in zijn levensontwikkeling’. Dat is een ethische uitspraak die vergaande consequenties heeft wanneer een strikte uitvoering in de maatschappij daadwerkelijk nagestreefd zou gaan worden.

In het Boeddhisme worden drie niveaus van geweldloosheid onderkend waarop geoefend moet worden: het beteugelen van de slechte activiteiten, van de knellende emoties zelf en de geneigdheden die zijn ontstaan. Bij het Christendom is er naast de uitspraak van Jezus over ‘Hebt uw vijanden lief’ ook het alternatief voor ‘oog om oog, tand om tand’ aangegeven, namelijk nadat een slag op de rechterwang ontvangen is ook de andere wang toegekeerd moet worden (Matth. 5: 38-48). Deze uitspraak kan als een actief geweldloos standpunt worden beschouwd. Het zijn niet alleen de ethische principes die uitgedragen worden, maar Mahatma Gandhi en Martin Luther King zijn de ware vertolkers van de geweldloosheid in de praktijk.

‘De redding van de mensheid ligt in handen van de creatief onaangepasten’

Martin Luther King

Gandhi legt de nadruk op het actieve karakter in het concreet handelen. Geweldloosheid is niet een methode voor lafaards: het pleegt verzet, zegt King. Het vereist de grootste moed. Gandhi: ‘de vijand moet liefgehad worden, het ahimsa-beginsel wordt geschaad door elke slechte gedachte, door iemand kwaad toe te wensen’.

Waar Krishnamurti ontkent dat geweldloosheid bereikt kan worden, tenzij het geweld-zelf bij de wortel (jezelf) wordt aangepakt, betoogt Gandhi dat geweldloosheid in zijn positieve, dat wil zeggen actieve vorm, de grootste liefde inhoudt. Hij was van mening dat de gehele maatschappij wordt bijeengehouden door geweldloosheid. De ontwikkeling gaat in deze richting. Alle profeten hebben min of meer de les van geweldloosheid onderwezen, met kenmerken als: waarheid, harmonie, broederschap, gerechtigheid. De mens is als dier gewelddadig, maar als geest geweldloos.

Het is hoopgevend dat op het hoogste gouvernementele niveau in de wereld, namelijk de Verenigde Naties, de bevordering van een cultuur van vrede en geweldloosheid zo belangrijk gevonden werd, daartoe aangespoord door de actie van een aantal Nobelprijswinnaars voor de Vrede, dat het decennium van 2001-2010 is uitgeroepen voor het bereiken van een ‘Cultuur van Vrede en Geweldloosheid voor de Kinderen van de Wereld’. Het is ook zo dat een Manifest 2000 (zie kader) is opgesteld, waarin een ieder tot persoonlijke actie opgeroepen wordt om de oorlogscultuur mede te doen veranderen in een cultuur die zich op vrede en geweldloosheid richt.

Tenslotte

In dit artikel zijn de verschijnselen van geweld en geweldloosheid globaal belicht vanuit diverse geestelijke stromingen en invalshoeken. Er blijken verrassend veel overeenkomsten te bestaan. Echter alleen de leer van Jozef Rulof kan, naar mijn mening, de toets der kritiek van geweldloos handelen doorstaan vanwege zijn principiële weigering om geweld te gebruiken. Hij geeft daarbij tevens aan wat de consequenties zijn op geestelijk vlak en de evolutie van de mens.

Wanneer de vaak al lang geleden geformuleerde ethische principes consequent zouden worden nageleefd, ontstaat een hoopvol perspectief voor de mensheid.

Tilburg, februari 2004